|
Er waren eens twaalf dappere esta’s die op kerstkamp gingen naar Ossendrecht. Op vrijdagavond kwamen ze aan. Nadat ze uitgevochten overlegd hadden wie op welk bedje zou slapen, ging het kerstkamp van 2007 écht van start...
Er waren eens twaalf dappere esta’s die op kerstkamp gingen naar Ossendrecht. Op vrijdagavond kwamen ze aan. Nadat ze uitgevochten hadden wie op welk bedje zou slapen, gingen ze kerstknutselwerkjes maken om het lokaal te versieren. Terwijl Marleen uitlegde hoe dat precies moest, hoefden Stijn en Jip voor één keertje niet heel goed te luisteren, aangezien ze dezelfde knutsels op school al eens hadden gemaakt. Vakkundig hielden ze dan ook hun oren dicht. Daarna was het tijd voor een spannende tocht. De esta’s moesten met Kim, Marc en Marleen zoeken naar Wouter en Emiel, door breeklichtjes te volgen. Stiekem werd het voor de staf ook nog een heel spannende tocht, aangezien vooral Marc en Marleen een bijzonder talent hebben voor verdwalen. Na héél lang geen breeklichtjes tegen gekomen te zijn, werden ze gelukkig gevonden door Wouter en Emiel, in plaats van andersom. Terug op het gebouw was het tijd voor een verhaaltje voor het slapengaan. Aangezien het estastafteam inmiddels maar liefst twee studenten Nederlands rijk is, werden dat twee verhaaltjes. Een verhaal ging over een eendje en een zwijn die een windje liet. En waar het andere verhaal over ging weten de meeste esta’s al niet meer, omdat ze toen wel in slaap gevallen waren. De volgende ochtend waren de esta’s tergend vroeg wakker. En bijgevolg de staf dus ook. Na het ontbijt speelden de esta’s het reisbureauspel. Ze moesten allerlei onderdelen van een reis (de locatie, de accommodatie, het vervoersmiddel en de duur van de reis) verzamelen bij verschillende posten. Hiervoor moesten ze betalen met ouderwetse guldens. (‘De euro’s van heel vroeger’, aldus de esta’s met verstand van zaken.) Wanneer ze een volledige reis compleet hadden, verkochten ze die aan een staflid. De gehaaidere esta’s hadden al snel door hoe er flink wat winst gemaakt kon worden in dit spel. Jip omschreef het einde van het spel heel professioneel als een nek-aan-nekrace. Daar had hij volkomen gelijk in, aangezien Freeks groepje won met 1700 gulden, gevolgd door het groepje van Stijn met 1675 gulden. Al handelden de esta’s in kampeervakanties en scoutingkampen naar Griekenland en Hawaï, in Ossendrecht was het nog altijd steenkoud. Met warme chocolademelk warmden de esta’s zich weer op. ’s Middags zochten de esta’s de kou niet meer op. Ze werden opgesplitst in drie groepjes. Om de beurt ging een groepje samen met Wouter en Marc toetjes maken voor die avond. Wat deze toetjes precies waren, verklappen we lekker pas verderop in dit verslag. De twee andere groepjes gingen met Marleen en Kim poppenkastverhalen verzinnen voor de gezamenlijke avond. ’s Avonds nam Wouter, inmiddels volgens de LSS-traditie, de taak van pannenkoekenbakker op zich. Om toch enigszins te breken met deze mooie traditie, had hij wel een vervanger nodig voor zijn pannenkoekenmaatje Emiel. Het was echter al snel duidelijk dat het zonder Emiel nooit meer zou worden zoals het geweest was, al deden Katja en Tim nóg zo hun best. De esta’s, scouts en explorers hadden desondanks een honger van jewelste gelukkig. Terwijl zij keken naar Pietje Bell en wat korte Kerst-Disneyfilmpjes bakte het pannenkoekenteam van 2007 pannenkoeken tot ze erbij neervielen. Daarna was er voor iedereen natuurlijk nog een toetje: een arretjescakeje. Na het eten was het tijd voor het legendarische spel ‘koekjesberg’. Zo zacht als ze konden slopen de esta’s en de explorers de berg op. Bovenop die berg zat Katja, maar nog veel belangrijker; bij Katja bevond zich een trommel koekjes. En iedereen die Katja en haar trommel bereikte, kreeg een koekje. Iedereen die zich onderweg echter schuldig maakte aan geluiden, die konden variëren van subtiel krakende takjes, tot het geschreeuw van sommige explorers, werd echter afgeschenen door de strenge zaklampen van de overige stafleden. En daarna was het ein-de-lijk tijd voor de gezamenlijke avond. De esta’s voerden hun poppenkastshows op. De esta-dames hadden met Marleen een romantisch, doch ook feministisch verhaal in elkaar geflanst over prinses Lola, die heksen, draken en snode boswachters moet overwinnen om haar prins terug te vinden. Teun, Gideon, Ian en Kerr hadden samen met Kim een spannend verhaal over twee rode spoken verzonnen, die overal uitgelachen werden, omdat ze niet wit waren. Met behulp van een heks kwam alles weer goed, en konden de spoken weer fijn iedereen de stuipen op het lijf jagen. Freek, Stijn, Jip en Kevin lieten met Marleen zien wat er eigenlijk écht gebeurd was met Flappie, op die triestige eerste kerstdag in 1961. Aangezien deze heren enigszins beïnvloed waren door Paul van Loon, werd het een gruwelijk spannend griezelverhaal met een vreselijk verdrietig einde. De volledige verhaalteksten zijn hieronder te lezen. Een aantal esta’s playbackten nog wat liedjes, de scouts en explorers lieten ook nog een en ander zien. Ook testte Wouter nog de kennis van menig LSS-lid, met zijn quiz. Het groepje van Anne (explorers) won, met Ian van de esta’s en Stefan van de scouts. Wederom was er sprake van een nek-aan-nekrace, want de tweede plaats was voor Gerda (explorers) met Vera en Kevin. Daarna ontstond er een soort spontane disco, met Jip en Marc als de grootste sterren van de dansvloer. Op een beter niet nader te noemen tijdstip was het dan toch écht weer bedtijd. De volgende ochtend was het de wekker, die als eerste tergend vroeg van zich liet horen. De esta’s pakten hun tassen in, rolden hun matjes en slaapzakken op. Maar het kerstkamp was gelukkig nog niet helemaal voorbij, want de explorers hadden nog een spelletjesochtend voor de esta’s in petto. ‘Dat was erg leuk en esta’s kunnen goed stuiteren. Maar de esta’s hadden blijkbaar nog nooit buskruit gespeeld en dat vinden wij een schande. Ook hebben de esta’s hoopje Priscilla gedaan en dat was dan weer geen schande,’ aldus de explorers achteraf. Om twaalf uur, terwijl de meeste ouders arriveerden, maakten we met z’n allen een carré. De esta’s, scouts en explorers mochten de hoogtepunten van het weekend noemen. Daarop zongen we nog een keer over het bakske vol met stro van Urbanus. Het kerstkamp van 2007 zat er weer op. Halleluja hallo. Lola Rent Door: Mirna, Steffi, Vera, Melissa en Marleen
Op een ochtend, lang, lang geleden, hier ver, ver vandaan, werd prinses Lola wakker in haar kasteel. En dat klonk ongeveer zo: ‘Aaaaaaaaaaargh!’ De prins was spoorloos verdwenen. En ze zouden vandaag nog wel trouwen… Snel belde ze de politie. De agenten arriveerden al snel. ‘Help! Mijn prins is kwijt!’ jammerde de prinses. ‘O jee,’ zeggen de agenten verschrikt. ‘Volgens mij zagen we vannacht de grote boze heks rond het kasteel vliegen op haar bezem…’ De prinses pakte haar knapzak en haar zwaard en vertrok naar de grote boze heks. Ze rende. En ze rende. En ze rende. Tot ze bij de heks was. ‘Heb jij mijn prins misschien ontvoerd?’ vroeg prinses Lola aan de heks. ‘Ja, want ik wilde hem in een kikker veranderen! Maar toen ik vannacht met mijn bezem over het bos vloog, heb ik hem per ongeluk laten vallen. En nu ben ik heel boos, dus als je niet snel oprot, tover ik jou in een kikker!’ Prinses Lola rende hard weg. Ze rende. En rende. En rende. Tot ze in het bos aankwam. Al snel kwam ze een boswachter tegen. ‘Heb jij mijn prins misschien gezien?’ vroeg ze aan hem. De boswachter begint gemeen te lachen. ‘Jazeker!’ zei hij. ‘En ik wilde hem opeten, maar de draak was me voor. De gruwelijke draak, die achter de zeven heuvels woont.’ De prinses sidderde en beefde even, want de gruwelijke draak kende ze wel. En die was écht heel gruwelijk. ‘Maar eh… nu de prins ver weg is, mag ik jóu dan opeten?’ vroeg de boswachter likkebaardend. ‘Mooi niet!’ riep prinses Lola boos. ‘Mooi wel!’ riep de boswachter en ze begonnen te vechten. Al snel stak prinses Lola de boswachter dood. Hij zakte in elkaar. Even haalde ze opgelucht adem. Maar plotseling stonden er twéé boswachters voor haar neus! Prinses Lola besloot maar snel weg te rennen. Ze rende. En rende. En rende. Over de zeven heuvels. Daar kwam ze de draak tegen. ‘Wroaaaargh! Boe!’ zei de draak. ‘Ik heb lekker jouw prins gevangen genomen!’ ‘Oei!’ zei de prinses. Vlug belde ze de politie. De agenten arriveren wederom snel. ‘Draak! Je staat onder arrest. Alles wat je zegt kan tegen je worden gebruikt!’ ‘Wroaaaarghrrrr!’ zei de draak. De agenten namen hem maar mee naar de cel. Prinses Lola en de prins gingen weer terug naar het kasteel. Daar was de pastoor al gearriveerd. ‘Nemen jullie elkaar tot man en vrouw?’ vroeg hij. ‘Ja!’ zeiden prinses Lola en haar prins. ‘Dan mogen jullie elkaar nu een kusje geven.’ Dat deden ze. En ze leefden nog lang en gelukkig. De rode spoken Door: Gideon, Teun, Ian, Kerr en Kim Er waren eens, in een land hier ver vandaan, twee spoken, genaamd Bob en Bobbie. Bob en bobbie waren niet wit zoals andere spoken. Nee, Bob en Bobbie waren rood. Ze wisten echter zelf niet dat dat vreemd was, omdat ze nog nooit in contact waren gekomen met andere spoken. Ieder jaar, zo rond de kerst, verlieten Bob en Bobbie hun oude kasteel om de mensen die bezig waren met hun kerstinkopen in de stad bang te maken. Dit jaar gebeurde er echter iets vreemds. Bob en Bobbie vlogen op twee mensen af om ze te laten schrikken, toen ze opeens keihard begonnen te lachen. ‘Hahahaha! Spoken zijn normaal toch altijd wit!’ Totaal verslagen door deze gebeurtenis vlogen Bob en Bobbie weer terug naar hun kasteel, waar ze een plan bedachten. Bob kende uit zijn duistere verleden nog een oude heks en die kon ze misschien wel wit toveren! Snel vlogen ze naar de oude heks die hen vriendelijk binnenliet. Ze had geen spreuk om Bob en Bobbie wit te toveren in haar grote spreukenboek staan, maar ze had gehlukking nog wel wat witte verf in haar schuurtje staan. Daar konden Bob en Bobbie wel wat mee. Snel verfden ze zich wit en gingen opnieuw naar de stad om mensen bang te maken. Dat lukte! De mensen renden gillend voor hen weg. Bob en Bobbie voelden zich de gelukkigste spoken van de wereld. Flappie: het werkelijke verhaal... Door: Freek, Stijn, Jip, Kevin en Marleen
Het was eerste kerstdag, 1961, en Flappie zag de bui al hangen. Vroeg, vroeg in de ochtend besloot hij te vluchten. Schattig, doch wanhopig huppelde de held van dit verhaal de tuin uit, de wijde wereld in. Tegen de middag was hij uitgehongerd en uitgedroogd. Hij vroeg raad aan de boswachter. Die wees de weg naar een kasteeltje. Even later klopte hij aan bij het spookachtige kasteeltje. Een magere, bleke man deed open en zei nors: ‘Wij kopen niet aan de deur!’ ‘Maar ik heb dorst!’ smeekte Flappie. ‘O, kom dan maar binnen,’ gniffelde de man. Binnen kreeg Flappie een glaasje drinken. Hij wist niet precies wat voor drinken het was. Het was in elk geval knalrood. En stiekem best lekker. In de hoek van de kamer scharrelde een soort beest rond. ‘Is dat een krokodil? Dat is wel een gek huisdier, nietwaar?’ merkte Flappie verbaasd op. Daar moest de magere man erg om lachen. Flappie snapte niet echt waarom, maar hij zag wel dat de man érg lange hoektanden had. Flappie dronk verder van z’n knalrode drinken. ‘Ik ben ook erg moe meneer,’ zei hij. ‘Kom maar mee, dan mag je wel even slapen hier…’ zei de man op onheilspellende toon. Flappie hoorde het niet eens. Hij was veel te moe. De man deed een deur open die héél hard piepte en kraakte. Ze liepen een gang in. Plotseling vloog er een hoofd door de gang. ‘Waaaaah! Wat is dat?’ vroeg Flappie geschrokken. ‘O, dat is mijn neef maar,’ antwoorde de magere man. ‘We mochten hem eigenlijk niet zo…’ Ze kwamen aan in een donkere kamer, met alleen een oud bed en een kast. Er lagen niet eens lakens en een matras op het bed. Al met al leek het meer op een kist, eigenlijk. In de kast vond Flappie een laken. Hij ging in de kist liggen, met het laken over zich heen. Al snel viel hij in slaap. Na een tijdje begon het laken te bewegen. ‘Woehoe, woehoe,’ zei het laken zachtjes. Flappie sliep rustig door. Plotseling begon het laken te vliegen. Flappie werd wakker. ‘J-j-jij b-b-bent helemaal geen l-l-laken, maar een sp-sp-spook!’ stotterde Flappie, nog altijd de held van dit verhaal. ‘En volgens mij was die magere man een vampier. En die krokodil een draak. O! Nee!’ ‘Psst, ik weet hoe we kunnen vluchten,’ fluisterde ineens een lieve stem in z’n oor. Flappie keek op. Naast hem stond een heel mooie prinses. Ze pakte zijn hand en samen vluchtten ze het kasteel uit, het bos in. ‘Bedankt, echt bedankt!’ zei Flappie opgelucht, terwijl hij naar de mooie prinses keek. Maar ze was helemaal geen mooie prinses meer, maar een lelijke boze heks. De heks moest heel hard lachen. Achter alle bomen kwamen plotseling vampiers en spoken en draken en andere griezels vandaan. Nog heel even blonk er een sprankje hoop in Flappies schattige konijnenoogjes, toen hij de boswachter weer zag. Maar ook hij bleek een zombie te zijn. Krijsend ging de held van dit verhaal ten onder, zijn bloederige en gruwelijke einde tegemoet. Die avond aten de griezelige bewoners van het spookkasteel konijn met pruimen. Het was tweede kerstdag, 1961. Vanaf die dag zweefde er een krijsend en sissend spookkonijn door het kasteel. |